700 jaar geleden: Gentse adel aan Rekkelingebeek verslagen door gepeupel

We zijn in het jaar des heren 1325. Er broeit al een tijd rebellie bij de Vlaamse arbeiders en boeren, vooral in de kuststreek. Men is de belastingen en terreur van de Franse koning en zijn Vlaamse adellijke bondgenoten beu. Ook sommige steden zoals Brugge en Deinze sluiten zich bij de opstand aan.

Miniatuur van Loyset Liédet van Brugge in een kroniek van Froissart

In Gent verzamelt zich een leger van de franskiljonse adel en hun bondgenoten om het gepeupel een lesje te leren. Zij rukken op richting Deinze. Het gaat niet om 15.000 manschappen zoals in sommige geromantiseerde verhalen uit de negentiende eeuw, maar mogelijk toch om een paar duizend.

Aan de Rekkelingebeek vlak bij het dorpje Bachte, worden ze opgewacht door een even sterk boerenleger en de stadsmilities van Brugge en Deinze. Het gaat niet om echte soldaten maar om gelegenheidsstrijders.

Het wordt een hevige confrontatie die zomerse 15de juli 1325 of net 700 jaar geleden. Heel wat edelen en de Gentse voorman Willem Wenemaer sneuvelen in de strijd. Na de Guldensporenslag van 1302 winnen arbeiders en boeren dus opnieuw van een adellijke troepenmacht, maar deze keer zijn het geen Fransen. De nederlaag van de adel door het ‘gemeen’ joeg ongetwijfeld een rilling door kastelen en vorstenhoven. De Franse koning is woedend en zint op wraak.

Maar vooral in Gent is men razend wegens de nederlaag en de vele jonge edelen die zijn gesneuveld. Concurrent Deinze moet eraan geloven. Tijdens een nieuwe Gentse aanval in 1327 wordt het middeleeuwse Deinze met zijn burcht, hospitaal, begijnhof, klooster, kerk en belfort grondig verwoest. De Leiestad was toen in volle opkomst met een jaarmarkt en eigen lakenindustrie. De Gentenaars zouden Deinze nog eens verwoesten in 1381 en 1452 en het graven van een kanaal met Brugge saboteren in 1379. Deinze miste haar afspraak met de geschiedenis en bleef een kleine stad in de schaduw van Gent.

Het verhaal van de veldslag aan de Rekkelinge werd door Stefaan De Groote opnieuw onder de aandacht gebracht in een uitgebreid artikel in het derde tijdschrift Het Land van Nevele in 2016.